In Nederland is men erg bedreven in het schaatsen. Denken we maar aan de Elfstedentocht en de uitvinding van Hollands glorie: de klapschaats. Met heimwee denkt pap vaak terug aan z'n schaatsavonturen op een van de vele sloten - toen ie als kleine jongen nog in Nederland woonde. Hij praat dan over snert (dikke erwtensoep met rookworst) en het kraken van het ijs. Het schaatsen op natuurijs bestaat trouwens al heel lang. Het gaat zelfs al ver terug tot in de prehistorie. Toen gebruikte men dierenbotten om op te schaatsen. Deze werden geslepen totdat ze glad genoeg waren om op te schaatsen. Emil en Arno bonden vandaag voor het eerst ietwat modernere ijzers onder de voeten. En natuurijs is er ook nog niet te vinden. Bovendien zit dat ijs vaak vol met hobbels en gaten. Op een kunstijsbaan kun je veel makkelijker schaatsen. Pap's, mam's en oma's kregen absoluut geen toegang tot de ijspiste. Onze volbloedschaapjes werden door een vriendelijke schaatsleraar onder de arm genomen. Aardmoeders en co konden vanaf boven toekijken. Dat onze neus tegen de venster plakte was wel te voorspellen. De eerste tien minuten was er van die van de Perre moves niet veel te bespeuren. De middelste tien waren hilarisch - de taferelen konden zo zijn weggeplukt uit de dikke en de dunne. Maar toen de laatste tien minuten in gingen, konden aardhummeltjes zich al goed behelpen. Vrij vertaald betekent dat vallen en zelf weer kunnen opstaan, een tripje naar de overkant wagen en last but not least een oefening met het hoedje. Iets om supertrots over te zijn!
Owen, Mare, Emil, Arno en Nell zijn aardwezentjes die net ietsie anders zijn dan gewone mensjes. En wonen midden in het groen, aan de rand van de weiden. Ze trekken dan ook vaak de laarzen aan om holderdebolder de natuur in te trekken. Dat is boeiend en fantastisch. Aardmannetjes zijn erg 'leergierig'. Ze willen graag alles weten over het getal pi. En vaak zitten ze lekker te gnoezelen of het heelal uit te spitten...
zaterdag 22 oktober 2011
Volbloedschaapjes op schaatsles
In Nederland is men erg bedreven in het schaatsen. Denken we maar aan de Elfstedentocht en de uitvinding van Hollands glorie: de klapschaats. Met heimwee denkt pap vaak terug aan z'n schaatsavonturen op een van de vele sloten - toen ie als kleine jongen nog in Nederland woonde. Hij praat dan over snert (dikke erwtensoep met rookworst) en het kraken van het ijs. Het schaatsen op natuurijs bestaat trouwens al heel lang. Het gaat zelfs al ver terug tot in de prehistorie. Toen gebruikte men dierenbotten om op te schaatsen. Deze werden geslepen totdat ze glad genoeg waren om op te schaatsen. Emil en Arno bonden vandaag voor het eerst ietwat modernere ijzers onder de voeten. En natuurijs is er ook nog niet te vinden. Bovendien zit dat ijs vaak vol met hobbels en gaten. Op een kunstijsbaan kun je veel makkelijker schaatsen. Pap's, mam's en oma's kregen absoluut geen toegang tot de ijspiste. Onze volbloedschaapjes werden door een vriendelijke schaatsleraar onder de arm genomen. Aardmoeders en co konden vanaf boven toekijken. Dat onze neus tegen de venster plakte was wel te voorspellen. De eerste tien minuten was er van die van de Perre moves niet veel te bespeuren. De middelste tien waren hilarisch - de taferelen konden zo zijn weggeplukt uit de dikke en de dunne. Maar toen de laatste tien minuten in gingen, konden aardhummeltjes zich al goed behelpen. Vrij vertaald betekent dat vallen en zelf weer kunnen opstaan, een tripje naar de overkant wagen en last but not least een oefening met het hoedje. Iets om supertrots over te zijn!
Gesnoezeld door
Owen, Mare, Emil, Arno en Nell
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen